Corresponderende velden.

Corresponderende velden. Wacht eens even voordat je verder gaat. We leven nu wèl in het tijdperk van internet en alle daarbij behorende communicatiemiddelen. En dan moeten we hier terug naar  de middeleeuwen? Rustig maar, blijf twitteren en whatsappen maar sla dit artikel niet over. Voor het juist spelen van eindspelen met pionnen heb je intussen het…

Narrenmat.

Narrenmat, gekkenmat en 1 april. Dat komt nog eens goed uit. Waar komt die naam eigenlijk vandaan? Nou, je weet toch wel dat in vroeger tijden het schaakspel voorbehouden was aan Koningen en Edelen. Die Koningen hadden een nare eigenschap. Bij verlies werd de winnaar een kopje kleiner gemaakt door hun beul. Dat gebeurde met…

Vingermat.

Vingermat is een vrij onbekend matbeeld en het komt toch veel voor. Hoewel de datum van plaatsing het ergste doet vermoeden is het geen aprilvis. Regelmatig moeten we tegen onze leerlingen zeggen “Blijf met je vingers van de stukken af, er zitten geen ogen op je vingers.” Iedere schaker moet weten dat aanraken betekent dat…

Zetdwang.

Zetdwang is de Nederlandse vertaling van het woord Zugzwang. Dat oorspronkelijk duitse woord omvat zo typerend de toestand waarin je kunt worden gebracht dat het in elke taal is overgenomen. Je bent onder dwang aan zet. Omdat je niet kunt passen kun je dan alleen een zet doen waarmee je positie verslechtert. Het is ook mogelijk…

Pionneneindspel – 1.

In pionneneindspel – 1 gaan we gebruik maken van de sleutelvelden. De regel luidt dat je met de Koning naar het vanuit de tegenstander gezien verst verwijderde sleutelveld moet lopen.

Pionneneindspel – 2.

In pionneneindspel – 2 zullen we zien dat de Koning op de 6e rij vóór de pion altijd wint en dat het hebben van de oppositie dus niet zal kunnen voorkomen dat er een Dame wordt gehaald. Eerst zullen we de tegenstander aan zet laten zijn en daarna komt hetzelfde diagram nog eens aan bod…

Pionneneindspel – 3.

In pionneneindspel – 3 zullen we zien dat de Koning vóór de pion op de 5e rij wint als zwart aan zet de oppositie moet opgeven. We zullen ook zien dat het remise wordt als zwart de oppositie kan houden. Natuurlijk moet zwart dat eerst maar eens bewijzen. Wees wel sportief en speel niet eindeloos…

Pionneneindspel – 4.

In pionneneindspel – 4 gaan we alle vormen van oppositie toegepast zien. Hiervoor nemen we een eindspel van Staunton tegen Williams uit 1851 als voorbeeld. Hoewel die oude knarren toch wel verschrikkelijk goed konden schaken was de virtuele oppositie nog niet bekend. Door dit feit heeft Staunton deze partij verloren terwijl er een remise mogelijk was…

Pionneneindspel – 5, de doorbraak.

In pionneneindspel – 5 zullen we de doorbraak onder de knie krijgen. Ook zullen we zien hoe we die doorbraak kunnen voorkomen als we aan zet zij  als verdediger. Voordat je een doorbraak gaat forceren moet je wel even opletten dat dat de winst gaat opleveren, zo niet dan moet je de doorbraak van de…

Pionneneindspel – 6, afhouden.

Afhouden. Omdat Koningen geen weet hebben van het bestaan van wiskunde kunnen ze even snel schuin als recht lopen. Daar kun je in het eindspel gebruik van maken. Menig beginnende schaker zal de volgende gewonnen stelling met wit aan zet in remise laten verzanden terwijl deze toch heel gemakkelijk te winnen is. Wit aan zet…