Volgend Toernooi:

  • 00 D
  • 00 U
  • 00 M
  • 00 S

Schaken als leermiddel voor kinderen en jeugd

Schaken is leerzaam, waarom zouden wij dat niet op school aanbieden? Op zich is het idee van schaken op school niet nieuw en wordt het al een aantal jaren, zij het in beperkte mate, toegepast in het lager en middelbaar onderwijs. Nieuw is wel de “globale” aanpak van de Schaakacademie Limburg, de aanpak binnen een hele regio en op basis van een samenwerking met het onderwijs die een meerwaarde kan betekenen voor alle partijen.

Het wettelijk kader

De eerste vraag die hierbij gesteld wordt is of dit wettelijk wel in orde is en mag. Hier kunnen we formeel bevestigen dat dit kan. Tijdens haar interpellatie in het Vlaams parlement stelde toenmalig Minister van onderwijs, Marleen Vanderpoorten, onder andere dat dit kan tijdens de reguliere lesuren en door buitenstaanders mag gegeven worden. Onze pogingen om het begrip “schaken” te laten opnemen in het leerplan voor het lager onderwijs werden tijdens het opstellen van het regeerakkoord 2004 niet weerhouden, maar lagen wel mee aan de basis voor de idee van de “brede school”. “Met het oog op het stimuleren van creativiteit en sociale vaardigheden ondersteunen we het concept van de brede school. Sport, cultuur en andere vormen van leren via een praktijkgerichte ervaring krijgen een belangrijker plaats en worden ingevuld via een sterkere samenwerking tussen de school en de samenleving” aldus een uittreksel uit het regeerakkoord 2004 van de Vlaamse regering.

De lessen

Cognitief: Zoals reeds eerder aangehaald vormt de stappenmethode van Rob Brunia en Cor van Wijgerden de basis voor het leren schaken. Schaken is echter meer dan een aantal schaakstukken kennen en hun beweging leren. Het leren observeren, combineren, analyseren, rekenen en dergelijke zijn allen items die mee worden opgenomen in de cognitieve doelstellingen. De link met de wetenschap en wiskunde is reeds duidelijk naar voor gekomen.

Motorisch: Het motorische komt minder uitgebreid aan bod en richt zich hoofdzakelijk tot het zorgvuldig en proper werken in het oefenboek, het correct hanteren van de schaakstukken, desgevallend de bediening van de schaakklok en het werken met de coördinaten van het schaakbord. Ook dit item wordt met de nodige aandacht behandeld.

Affectief: De ervaring leert dat kinderen door hun leergierigheid en nieuwsgierigheid zeer snel gefascineerd raken door de verschillende schaakstukken die elk hun eigen beweging hebben. Om de affectie verder aan te scherpen, of minimaal op peil te houden, wordt geregeld ingegaan op de eeuwenoude schaakgeschiedenis en cultuur. Deze wordt samen met schaakverhalen en anekdotes geïntegreerd in de lesvoorbereidingen.

Attitude: Alhoewel de attitudevorming op zich geen les is wordt gedurende elke les gewerkt aan de leer-, sociale en algemene levensattitudes. Deze lopen als een rode draad doorheen het volledige lessenpakket dat ervoor moet zorgen dat de kinderen met een juiste ingesteldheid en karakter de uitdaging van het schaakspel aangaan.

Zoals gebruikelijk in het onderwijs heeft de Schaakacademie alle lessen uitgewerkt en wordt voor elke les de hoger genoemde doelstellingen, de aan te leren begrippen, de onderwijsleeractiviteiten en een duidelijke bordschikking gebundeld in een lesvoorbereidingsformulier.

Voor wie zijn de schaaklessen bedoeld?

Principieel kan hier een onderscheid gemaakt worden tussen twee doelgroepen.

  1. De volledige klas krijgt wekelijks schaakles. Dit kan zowel tijdens een lesuur wiskunde als tijdens een vrij te besteden lesuur.
  2. Een tweede mogelijkheid is werken met een select groepje. Dit kunnen zowel hoogbegaafde kinderen zijn als kinderen die een specifieke begaafdheid hebben voor wiskunde. Uitgangspunt is de sterkste kinderen een extra uitdaging te geven zonder verder uit te lopen op de reguliere leerstof, dit terwijl de zwakkere kinderen op extra aandacht kunnen rekenen.

De schaakacademie neemt geen stelling in met betrekking tot de mogelijke keuze en laat dit volledig over aan de onderwijsinstelling.

Er is een behoorlijke drempel voor de onderwijsinstellingen

  1. De onderwijsinstellingen hebben geen schaakexpertise.
  2. De onderwijsinstellingen hebben geen didactisch materiaal.
  3. De onderwijsinstellingen hebben hiervoor geen lessenpakket.
  4. De onderwijsinstellingen hebben geen ervaring m.b.t. het geven van schaaklessen.
  5. De onderwijsinstellingen hebben geen of slechts een zeer beperkte budgettaire ruimte.
  6. De leerkrachten zijn dikwijls al overbelast met allerlei (bijkomende) taken waardoor er weinig ruimte is voor (nieuwe) bijkomende initiatieven.

Samenwerkingsakkoord met de scholen

  1. De schaakacademie stelt het noodzakelijke schaakmateriaal ter beschikking dat op termijn door de onderwijsinstelling wordt overgenomen.
  2. De gediplomeerde schaakleerkrachten van de Schaakacademie staan in voor het verzorgen van de schaaklessen.
  3. De onderwijsinstelling engageert zich ertoe dat een aantal leerkrachten een basiscursus schaken volgen. De opleiding wordt eveneens verzorgd door de Schaakacademie.
  4. De onderwijsinstelling engageert zich ertoe op termijn op zelfstandige basis minimaal 1 keer per week tijdens een middagpauze schaakmogelijkheid aan te bieden voor alle leerlingen.
  5. De onderwijsinstelling engageert zich ertoe op termijn zelf in te staan voor het geven van de schaaklessen stap 1.
to Top